donderdag 30 september 2010

Chagrijn

Preekstoel en doopvont in de Nederlandse Hervormde Kerk in VinkeveenMijn vader was graag dominee geworden. Maar voor één van twaalf kinderen op een boerderij in een klein dorp in de crisistijd van de jaren dertig zat een studie theologie er niet in, de vurige pleidooien van de bovenmeester van de lagere school ten spijt.

Mijn vader werd timmerman. In de avonduren studeerde hij voor de akte godsdienstonderwijs, waaraan ook preekbevoegdheid verbonden was. Na het behalen ervan stapte hij jarenlang zondag aan zondag op zijn fiets om her en der te gaan preken. En al woonde hij nooit in een pastorie, zijn huis herbergde altijd een studeerkamer met een bibliotheek die in een pastorie niet had misstaan.

Die bibliotheek bleef, ook toen mijn vader nog slechts bij zeer hoge uitzondering de preekstoel beklom. De boeken bleven in gebruik, bij het maken van doorwrochte inleidingen voor de mannenvereniging. En ter compensatie, als een dominee op zondag in de ogen van mijn vader weer 'ns niet álles had gezegd wat er over een bijbeltekst te vertellen viel. Dat gebeurde nogal eens, en was vaak al tijdens de preek aan mijn vaders gezicht te zien geweest.

Op een dag stond de nieuwe dominee voor de deur, voor een kennismakingsbezoek. Mijn moeder was naar haar werk, ik was naar school, mijn vader was alleen thuis. Toen dominee in de huiskamer zat, viel mijn vader maar meteen met de deur in huis: "Je mag denken wat je wilt, maar preken kun je niet."

Zo. Daar kon dominee het mee doen.

Maar tot wat mijn vaders grote verbazing moet zijn geweest, antwoordde dominee: "Nee, vindt u het gek, met zo'n chagrijn achterin de kerk?"

Koffie heeft dominee waarschijnlijk nooit gekregen, mijn vader was niet zo'n gastheer. Maar vele malen vertrok dominee met een stapel boeken uit de bibliotheek van mijn vader, vaak nadat ze in een volledig onttakelde woonkamer – op vrijdagochtend vervulde mijn gepensioneerde vader zijn stof- en stofzuigtaken met een grondigheid waaraan vele huisvrouwen een puntje kunnen zuigen – uren hadden zitten praten.

Na afloop van de begrafenis van mijn vader vroeg deze zelfde dominee aan mijn toenmalige vriend of hij mijn vader goed gekend had. "Nee, niet echt", was het antwoord. "Ga dan maar veel met haar om," antwoordde dominee met een hoofdgebaar in mijn richting, "dan zul je hem alsnog leren kennen."

23 december 2006

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen